Rookgaskanalenonderzoek (9)

De laatste inzichten over de Combinatie Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoerpijpen (CLVs) van gebouw Koning Karel XII zijn dat ze niet geschikt voor HR ketels en wel om de volgende redenen:

  1. De verbindingen van de CLV segmenten zijn niet voldoende zuurbestendig en kunnen dus op den duur gaan lekken waardoor ketels in storing kunnen vallen en zelfs CO vergiftiging op kan treden.
  2. De centreervleugels van de rookgaskanalen zijn met popnagels aan de rookgaskanalen vastgeklonken en kunnen dus ook gaan lekken.
  3. De condensafvoeren van de huidige CLVs zijn niet toegankelijk. Door de grote hoeveelheden en de hoge zuurgraad van het condens van HR ketels lossen metalen op, waardoor de syfon jaarlijks moet worden schoongemaakt om verstoppingen (en cumulerend condens) te voorkomen.

Dezelfde problemen treden ook op met nieuwe VR ketels (zij het in mindere mate), omdat ook bij dat type ketel de rookgastemperatuur relatief laag is.

Op 19 november is tijdens een bezoek van René van der Wijst van Gasservice Noord Holland en Jef van Gestel van Remeha gesproken over diverse mogelijkheden om de rookgaskanalenproblematiek aan te pakken.

De volgende opties liggen voor:

  1. De huidige CLVs vervangen door nieuwe met HR-geschikte rookgaskanalen.
    Dit betekent hak- en breekwerk in alle appartementen (ook die niet op CLVs zijn aangesloten) en in de bedrijfsruimten die op CLVs zijn aangesloten. Dat levert dus veel werk, veel coördinatie, veel kosten en veel overlast op.
  2. Het rookgaskanaal van de huidige CLVs vervangen door een apart kunststof rookgasafvoerkanaal.
    Indien de rookgaskanalen via de centreervleugels zijn vastgeklemd in de luchttoevoerkanalen, dan is het misschien mogelijk om de oude rookgaskanalen uit de huidige CLVs te trekken. In dat geval zijn alleen aanpassingen nodig in de appartementen en bedrijfsruimten die daadwerkelijk zijn aangesloten op de CLVs.
    Zo niet, dan is de ingreep waarschijnlijk net zo uitgebreid als bij optie 1, mogelijk zelfs uitgebreider vanwege brandvoorschriften.
  3. Het rookgaskanaal van de huidige CLVs coaten met een kunststof. De firma Microliner kan zoiets verzorgen; deze oplossing is HR gecertificeerd. Er wordt dan een sok van kunsthars neergelaten in een rookgaskanaal die met stoom wordt opgeblazen en zich zo vasthecht aan de binnenwand van het rookgaskanaal.
    Bij deze optie zijn alleen aanpassingen nodig in de appartementen en bedrijfsruimten die daadwerkelijk zijn aangesloten op de CLVs.
  4. Slangen in het oude rookgaskanaal laten zakken voor individuele aansluiting van nieuwe ketels.
    Bij deze optie wordt gebruik gemaakt van HR ketels met individuele overdruk rookgasafvoerslangen van 50mm. Per saldo blijft in het oude rookgaskanaal dus minder ruimte over voor de oude ketels, maar er wordt ook door minder ketels gebruik gemaakt van het oude rookgaskanaal.

Opties 3 en 4 werden voor het eerst technisch voorgesteld en doorgenomen met het bestuur.  Vooral optie 4 lijkt erg interessant, zowel kostentechnisch, als qua overlast.

Bij opties 1 t/m 3 is sprake van gecombineerde rookgaskanalen en moeten alle ketels van hetzelfde type zijn: HR of VR. Zo niet, dan kunnen bij de VR ketels storingen optreden. Het is in dat geval dus niet mogelijk om zonder risico's geleidelijk over te stappen op HR ketels. Bij overgang op HR ketels moet bovendien de condensafvoer worden aangepakt.

Bij optie 4 moeten alle HR ketels gebruik kunnen maken van overdruk rookgasafvoer. Remeha heeft dergelijke ketels en is bekend met leveranciers van slangen en aansluitsystemen die hier geschikt voor zijn.

Met Eric Kubbe is afgesproken dat een overzicht wordt gemaakt van alle vier de opties zodat de leden tijdens een extra ALV hierover een besluit kunnen nemen.

Naar verwachting kan de extra ALV plaatsvinden in januari.